|
|
|
|||||
|
|
Het onderwijs in de professionele fase, dus in het derde en vierde studiejaar, behelst verdere ontwikkeling van vormprincipes en techniek, verdieping van inzicht in het eigen schrijfproces en vergroting van de intellectuele mogelijkheden. De student richt zich hierbij op de ontwikkeling van zijn stijl. In het derde jaar werken studenten in principe het hele jaar met dezelfde docent. Deze geeft weerklank op het geleverde werk, maar de student moet zich nu tot zelfstandig auteur ontwikkelen. In feite begint hij zijn eigen schrijfpraktijk. Dit vereist meer werkuren dan in de eerste twee studiejaren. De student wordt geacht die vrij te maken, ook om zijn vakgebied intensief te verkennen. Een student die in zijn ontwikkeling stagneert kan aan het eind van het derde studiejaar het bindende advies krijgen om dit jaar over te doen, of te stoppen. De begeleiding in het vierde jaar is individueel. Daarnaast echter kunnen de studenten hun werk in uitvoering periodiek bespreken met jaargenoten. Ook hebben ze toegang tot lees- en kijkblokken, gastlessen en lezingen. Ter afsluiting van het vierde jaar schrijft de student een bekwaamheidsproef. Die tekst moet in principe geschikt zijn voor publicatie, vertoning of verfilming.
|
||||||
|
|||||||