Schrijversvakschool


Columns van docenten


Goede poëzie? - Arie van den Berg

‘Geef me een goed gedicht, en ik vertel je dat het een goed gedicht is.’ Dat antwoord gaf Theo Sontrop toen ik hem omstreeks 1975 vroeg hoe je de kwaliteit van poëzie moet beoordelen. Theo was directeur van De Arbeiderspers en zou een poëziefonds opbouwen met bundels van onder meer Eva Gerlach, Esther Jansma, Herman de Coninck, Jan Eijkelboom en Ed Leeflang. Goede poëzie dus.

Mijn vraag stelde ik niet als dichter, maar als aankomend recensent voor NRC Handelsblad. De keuze voor te bespreken bundels werd, zo bleek weldra, zelden bepaald door vermoede of vermeende kwaliteit. Er waren andere aspecten die me aantrokken. Soms was dat verleidelijke ambiguïteit , zoals in de poëzie van Gertrude Starink, soms hartstochtelijke woorddrift, zoals in het werk van Anneke Brassinga, en soms raadselachtige directheid, zoals in de gedichten van Nachoem Wijnberg.

De poëzielessen die ik gaf aan de Schrijversvakschool, verbreedden het spectrum. In de loop der jaren bleken deze lessen een verkleedpartij van heb ik jou daar. Anne Vegter, Co Woudsma. Ester Naomi Perquin en Marieke Lucas Rijneveld oefenden het versvak op onze school. Ik zat erbij en keek ernaar, en werd per ontmoeting nieuwsgieriger.

Poëzie is maar op één punt verschillend van proza. Bij poëzie bepaalt de dichter waar een regel ophoudt en de volgende begint, bij proza doet de zetter dat. Elk ander denkbaar onderscheid is tijdelijk, want vervalt zodra een dichter de verschillen slecht met een nieuwe poëtische soort. ‘Proëzie’ en ‘spoken word’ werden zo bij de dichtkunst ingelijfd, en voor een nieuwsgierige lezer is dat winst.

Wie van principes houdt zal de wenkbrauwen fronsen. Maar kunst staat principieel los van principes, dus ook poëzie. Wie het verswerk van Delphine Lecompte beoordeelt op bondigheid zal de weg in haar oeverloze verhaalzucht verliezen. En wie denkt dat het rijm uit de tijd is ziet de vormkracht van Jan Kuijper en Jean Paul Rawie over het hoofd. Als recensent kun je lezers je voorkeuren opdringen. Maar het is beter om het hele poëtische landschap in beeld te brengen.

En wat bleek toen? Dat antwoord van Theo Sontrop was zo gek nog niet. Over een goede bundel kon ik simpelweg vertellen dat die goed was. En als het meezat, ook waarom. Maar dat was dan een hoogst subjectieve mening.

Alle docentencolumns

Invalid Input
Invalid Input
Invalid Input

Realisatie website: WebLab42