
Onder zijn heteroniem de Mottenfokker (nachtvlinderkweker) schreef poëziedocent Wilbert Cornelissen gedurende tien jaar, van 1 januari 2007 tot 31 december 2016, elke dag een gedicht. Dat leverde een reeks van 3714 gedichten op, die beschouwd kunnen worden als een soort officieuze stadsgedichten van Amsterdam.
De bundel Elke dag een/Proefsleuven bevat zeven ‘proefsleuven’ uit dit corpus, dat de geest van de beginnende poëzie probeert te vangen. Want daar komt het elke dag een gedicht schrijven wel op neer. Enerzijds is er de zelfopgelegde discipline, anderzijds de dagelijkse sprong in het ongewisse, het diepe.
Debuutroman oud-student Marije de Zwart
Van oud- student Marije de Zwart verscheen deStuurloos (uitgeverij Van Goor 2026), waarin het hoofdpersonage Ilse ooit droomde van een carrière
Poëziedebuut docent essay Sytske Frederika van Koeveringe
In haar poëziedebuutBewegingsmogelijkheden(Atlas Contact, 2026) onderzoekt docent essay Sytske Frederika van Koeveringe hoe het is om mens te zijn
Debuutroman oud-student Tom Kniesmeijer
Deze maand verscheenKorsetcadeau (uitgeverij Magonia 2026), van oud-student Tom Kniesmeijer.
Het vertelt de schrijnende geschiedenis van een oudere trans vrouw. Met bravoure
Achtentwintig letters door Rashid Novaire
‘Waarom zijn engelen eigenlijk allemaal wit?’ wil Jibril van der Woude als kleine jongen van zijn Marokkaanse vader weten. Als Marouan Mbarek